Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Chrysomyxa empetri

Chrysomyxa empetri chröter, 1956

kraaiheiroest

op Picea

gal

De aecia zijn geel. Naalden niet vervormd, maar met brede gele dwarsbanden, soms vrijwel de hele naald vergeeld. Hieruit steken de tot 3 mm lange pseudoperidia als afgeplatte witte buisjes. Aeciosporen geel, (27)42(54) x (22)27(32) µm, wand dicht en vrij grof wrattig.

spermogonia, aecia

Pinaceae, monofaag

Picea abies, glauca, rubens.


op Empetrum

gal

uredinia op de buitenzijde van het ingerolde blad, oranje; urediniosporen oranje, in korte ketens. Telia in het voorjaar op de buitenzijde van de overwinterde bladeren, geel, kussenvormig, wasachtig, tot 3 mm lang. Teliosporen met gele inhoud, in ketens van 3-6 cellen, 19-24 x 18-21 µm.

uredinia, telia

Ericaceae, monofaag

Empetrum hermaphroditum, nigrum.

opmerkingen

In Zwitserland treedt de schimmel vrijwel uitsluitend op in het uredinia-telia-stadium (Nierhaus-Wunderwald, 2000a).

literatuur

Brandenburger (1985a: 474), Feau, Vialle, Allaire, ao (2011a), Gäumann (1959a), González-Fragoso (1925a), Henderson (2000a, 2004a), Klenke & Scholler (2015a), Maier, Wingfield, Mennicken & Wingfield (2007a), Nierhaus-Wunderwald (2000a), Poelt & Zwetko (1997a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

Laatste bewerking 4.xi.2022