Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Coleosporium cacaliae

Coleosporium cacaliae (de Candolle) Léveillé, 1847

op Pinus

gal

zie beschrijving bij Coleosporium tussilaginis sensu lato

spermogonia, aecia

Pinaceae, monofaag

Pinus mugo, sylvestris.


op Adenostyles, Hasteola, Parasenecio

gal

de teliosporen zijn als basalt-zuiltjes gerangschikt, aan de bovenzijde bedekt door een was-achtige laag. Aanvankelijk zijn ze eencellig, maar uiteindelijk treedt een reductiedeling op en vormen ze een keten van vier cellen. Elk kiemt onder vorming van een steeltje aan de top waarvan een spore wordt gevormd (Mims & Richardson).

De uredinia en telia van Coleosporium-soorten zijn morfologisch niet val elkaar te onderscheiden. Voor foto’s zie onder meer C. melampyri en >C. tussilaginis.

uredinia, telia

Asteraceae, oligofaag

Adenostyles alliariae, alpina & subsp. pyrenaica, leucophylla; Hasteola suaveolens; Parasenecio hastatus.

synoniemen

Coleosporium tussilaginis f. sp. senecionis-silvaticae Boerema & Verhoeven, 1972.

literatuur

Blumer (1946a), Brandenburger (1985a: 23), Gäumann (1959a), González-Fragoso (1925a), Helfer (2013), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2019a), Maier, Begerow, Weiß & Oberwinkler (2003a), Mims & Richardson (2005a), Pellicier (2001a), Poelt & Zwetko (1997a), Schmid-Heckel (1985a).

Laatste bewerking 12.vii.2019