Paraperonospora minor (Savulescu & Rayss) Constantinescu, 1989

op Achillea, Artemisia

gal

hoekige, bovenzijdige bladvlekken, eerst blek, later bruin als de weefsels gaan afsterven. Onderzijdig een witte of gelige dons, in vlekken, soms poederig, grote, door de adering begrensde delen van de bladonderzijde innemend, maar vaak lastig te zien door de eigen beharing ven de plant. Conidia ovaal, 25-30 µm lang; uiteinde van de eindvertakkingen van de conidiofoor stomp maar niet opgezwollen.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Achillea clusiana; Artemisia clusiana, siversiana, vulgaris.

Buiten Europa ook Dendranthema boreale, Nipponanthmum nipponicum.

synoniemen

Peronospora sulphurea f. minor Savulescu & Rayss, 1930.

literatuur

Choi, Park & Shin (2008a), Constaninescu (1984a, 1996a), Săvulescu (1948a).

mod 30.viii.2017