Peronospora tomentosa Fuckel, 1863

op Cerastium

gal

blad aan de bovenzijde met verbleekte, licht opgebolde plekken; aan de corresponderende onderzijde een wit, bijna viltig schimmelovertrek bestaande uit verticale, nabij de top sterk vertakte conidioforen. Conidia 12-17 x 13-22 µm; oosporen 33-39 µm.

waardplanten

Caryophyllaceae, nauw monofaag

Cerastium glomeratum.

Vermeldingen van andere Cerastium-soorten zijn onjuist (Klenke & Scholler).

literatuur

Brandenburger (1985a: 99), Buhr (1964b), Doppelbaur, Huber & Poelt (1965a), García-Blázquez, Constantinescu, Tellería & Martín (2007a), Gustavsson (1991a), Jage, Klenke, Kruse ao (2017a), Klenke & Scholler (2015a), Müller & Kokeš (2008a), Negrean (1996a), Redfern & Shirley (2011a), Săvulescu (1948a), Tomasi (2014a).

mod 2.ix.2018