Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Sclerophthora macrospora

Sclerophthora macrospora (Saccardo) Thirumalachar, Shaw & Narasimhan, 1953

op grassen

Sclerophthora macrospora on Zea mays

Zea mays, USA © Paul Bachi, University of Kentucky Research and Education Center, Bugwood.org

gal

Aangetaste planten blijven klein, de bladeren zijn vaak wat vlezig, vaak ook sterk gekronkeld en vergeeld. Vooral de bloeiwijze is vaak ernstig vervormd. In het afstervende weefsel worden relatief grote lichtgele oosporen gevormd: rustsporen met een dikke, gladde wand. Ze kunnen enige jaren in de grond overleven. Onder natte omstandigheden komt uit een oospore een aantal beweeglijke zoosporen vrij, die nieuwe planten infecteren.

waardplanten

Poaceae, breed oligofaag

Agrostis stolonifera; Alopecurus myosuroides, pratensis; Arrhenatherum elatius; Avena fatua, sativa; Bromopsis inermis; Bromus commutatus; Cynodon dactylon; Dactylis glomerata; ? Elymus caninus; Elytrigia repens; Eragrostis cilianensis; Festuca ovina; Glyceria; Holcus lanatus, mollis; Hordeum vulgare; Lolium perenne, temulentum; Phalaris canariensis; Phalaroides arundinacea; Phleum pratense; Phragmites australis; Poa pratensis; Puccinellia capillaris, maritima; Secale cereale; Triticum; Zea.

opmerkingen

In subtropische gebieden is “Crazy Top”, of “Yellow Tuft” een belangrijke plaag. Het treedt op op plekken waar de kiemplanten enige tijd op met water verzadigde grond hebben gestaan.

literatuur

Brandenburger (1985a), Buhr (1965a), Jage, Klenke, Kruse ao (2016a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Jage, Klenke, Kruse ao (2017a), Klenke & Scholler (2015a), Müller & Kokeš (2008a).

Laatste bewerking 3.ix.2018