Aulagromyza tremulae (Hering, 1955)
Populus tremula, België, prov. Henegouwen, Hennuyères © Jean-Yves Baugnée

Populus tremula, Duin en Kruidberg
mijn
Gelige onderzijdige gangmijn, met onregelmatig uitgevreten wanden. Frasskorrels fijn, onregelmatig verspreid. Verpopping buiten de mijn; opvallend grote, bijna circulaire boogsnede in onderepidermis.
waardplanten
Salicaceae, monofaag
Populus x canadensis, carolinensis, nigra, tremula.
fenologie
Larven in mei-juni en september (Hering, 1957a).
BENELUX
BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).
NE waargenomen (Ellis, enkele vondsten in de duinen).
LUX waargenomen (Ellis, Kautenbach).
verspreiding binnen Europa
Van Noorwegen tot Duitsland, en van Ierland tot de Baltische Staten en Polen (Fauna Europaea, 2007).
larve
synoniemen
Paraphytomyza, Phytagromyza tremulae.
opmerkingen
De soort werd door Hering formeel beschreven in deel 3 van zijn grote boek uit 1957a, maar al in 1955a beschrijft hij de larve. In tegenstelling tot wat gesteld wordt door onder meer von Tschirnhaus (1999a) en Fauna Europaea (2007) is 1955 het correcte jaar van publicatie. (De vermelding door Spencer (1953a) van “Phytagromyza tremulae Hering, 1953” als nieuwe soort voor de Britse fauna is een nomen nudum.)
literatuur
Bland (1992b), Buhr (1964a), Griffiths (1962a), Hering (1955a, 1957a), Maček (1999a), Martinez & Gumez (1998a), Michalska (2003a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Pakalniškis (1990a), Papp & Černý (2016a), Robbins (1991a), Spencer (1953a, 1972a, 1976a), Stammer (2016a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1969a, 1970a)