Hydrellia griseola (Fallén, 1913)
graanmineervliegGlyceria fluitans, Diemen, park Spoorzicht
mijn
Onregelmatige mijn, lokaal ondiep maar op andere plekken veel dieper, waardoor de mijn er vlekkerig uitziet. Het begin is bij breedbladige planten vaak blazig met stervormige uitlopers, soms ook als een heel fijn ondiep gangetje. Bij grassen begint de mijn vaak in de bladschede. De frass is zeer fijnkorrelig, ligt aanvankelijk onregelmatig verspreid, later in klompen. Het ei wordt buiten op de plant afgezet, en het lege langgerekte eischaaltje blijft herkenbaar. De larven kunnen echter de mijn verlaten en elders herbeginnen, zodat mijnen met larven maar zonder eischaaltje voorkomen. De larve verlaat de mijn eveneens om zich te verpoppen. Dat gebeurt in een afzonderlijk mijntje zonder frass (foto hierboven). Soms wordt het “verpoppingsmijntje” gevormd in een andere plant dan waarin de larve zich ontwikkelde. De volwassen vlieg is grijswit bestoven.
waardplanten
Polyfaag, vooral op grassen:
Agrostis; Alopecurus geniculatus, pratensis; Allium; Apera spica-venti; Arrhenatherum elatius; Avena fatua; Avenula, Bassia; Bellis perennis; Brachypodium; Briza; Bromus; Calamagrostis; Carex sylvatica; Dactylis; Digitaria; Echinochloa crus-galli; Eleusine; Elymus; Festuca; Gaudinia; Glyceria notata; Holcus, Hordeum vulgare & subsp. distichon; Lagurus ovatus; Lolium; Panicum miliaceum; Papaver; Phalaris canariensis; Phalaroides arundinacea; Phleum; Phragmites australis; Poa; Setaria; Triticum; Verbena hybrida.
Puparia worden ook gevormd in planten die geen waardplanten zijn, zoals Lamium, Silene vulgaris, Trifolium, Veronica.
fenologie
Larven in mei, juli en september (Hering, 1957a).
BENELUX
BE waargenomen (Gosseries, 1991d).
NE waargenomen (de Meijere, 1939a).
LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).
verspreiding binnen Europa
Geheel Europa (Fauna Europaea, 2007).
larve
De larve onderscheidt zich van die van Agromyzidae doordat de mandibel maar één tand heeft. Bovendien is de naar voren gerichte arm van het kopskelet langer dan de naar achteren gerichte armen.
puparium
synoniemen
Hydrellia chrysostoma (Meigen, 1830).
literatuur
Beuk & Zatwarnicki (2002a), Buhr (1933a), Deonier (1077a), Drăghia (1967a), Gallo (1996a), Gosseries (1991d), Hering (1931-32f, 1957a), Hollman-Schirrmacher & Zatwarnicki (1999a), Huber (1969a), Maček (1999a), de Meijere (1939a, 1950b), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Robbins (1991a), Séguy (1950a), Skala (1936a, 1951a), Sønderup (1949a), Zatwarnicki (1988a).