Monochroa rumicetella (Hoffmann, 1868)
mijn
Grote voldiepe blaasmijn, die bij R. acetosella vrijwel het hele blad kan beslaan. Bij R. acetosella is de frass geconcentreerd in de bladtop, bij R. acetosa op de hoofdnerf. Verpopping extern (Hering, 1957a).
waardplanten
Polygonaceae, monofaag
Rumex acetosa, acetosella.
Vooral op R. acetosella (Hering, 1957a), mogelijk uitsluitend (Lepiforum).
fenologie
Larven in juli, augustus (Hering, 1957a).
BENELUX
Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2010).
verspreiding binnen Europa
Van Fennoscandia en Wit-Rusland tot Portugal, de Alpen en Griekenland, en van Frankrijk tot Roemenië (Fauna Europaea, 2010).
larve
Rood (Skala, 1950a).
opmerkingen
De verwante M. sepicolella was tot voor vrij kort een vergeten soort, en de beschrijving hierboven en referenties hieronder kunnen deels op die soort betrekking hebben.
literatuur
Bidzilya, Budashkin, Goloborod’ko, ao (2012a), Elsner, Huemer & Tokár (1999a), Kaitila 1996a), Klimesch (1958a), Kovács & Kovács (2022a), Lepiforum (2026), Leutsch (2011a), Maček (1999a), Schütze (1931a), Skala (1950a), Šumpich (2011c), Šumpich, Liška & Dvořák (2011a), Surányi (1942a), Szőcs (1977a).