Teleiopsis rosalbella (Fologne, 1862)
mijn
Jonge larven maken een weinig gekronkeld gangetje van ca 12 mm lang en 0.5-0.8 mm breed, abrupt overgaand in een voldiep blaasje. De gang bevat veel frass, het blaasje bevat geen frass. Oudere larven leven vrij in de naar boven omgerolde bladrand.
waardplanten
Polygonaceae, nauw monofaag
Rumex scutatus.
fenologie
Larven in augustus (Hering, 1957a).
BENELUX
BE waargenomen (Phegea, 2011).
NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2011).
LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2011).
verspreiding binnen Europa
Van België tot Italië en Macedonië, en van Duitsland tot Frankrijk (Fauna Europaea, 2011).
larve
Minerende larven lichtbruin; vrijlevende larven eenkleurig bleekgroen met gelige kop.
Adrasteia, Gelechia rosalbella.
literatuur
de Bros & Thomann (1952a), Derra (1981a), Dufrane (1955a), Elsner, Huemer & Tokár (1999a), Glerean, Deutsch, Morandini, ao (2022a), Hering (1957a), Janmoulle (1955a), Karsholt, Baldizzone & Gomboc (2023a), Klimesch (1950c), Šumpich (2013a), Szőcs (1977a).