Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Trifurcula subnitidella

Trifurcula subnitidella (Dpunchel, 1843)

geelvlekdrievorkmot

op Lotus

Trifurcula subnitidella: mine

mijn (uit van Nieukerken, 1990a)

parasiet

Ovipositie vaak aan de basis van een bladsteel, laag aan de plant. De larve maakt een 6-9 cm lange gangmijn in de stengelschors, zonder dat de scheut daardoor afsterft. Het eerste deel van de mijn is smal, roodbruin, later wordt de gang wittig en even breed als de stengel. Frass bruin in een soms onderbroken centrale lijn. De larve ligt in de mijn met de buikzijde naar de epidermis gekeerd. Verpopping extern, in een okerkleurige cocon.

waardplanten

Fabaceae, monofaag

Lotus corniculatus, pedunculatus.

fenologie

Larven waargenomen in october.

BENELUX

Microlepidoptera.nl, Bladmineerders.be.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2018).

larve

zeer slank, diepgeel.

synoniemen

Trifurcula griseella Wolff, 1957.

literatuur

Baldizzone (2004a), Bengtsson (2008a), Emmet (1975c, 1983a), Gustafsson (1985a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Huisman & Koster (1994a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ellis (2009a), Johansson, Nielsen, van Nieukerken & Gustafsson (1990a), Kasy (1965a), Laštůvka & Laštůvka (1997a, 2005a, 2009b), Navickaitė, Diškus & Stonis (2014), van Nieukerken (1986a, 1990a, 2006a), van Nieukerken, Biesenbaum & Wittland (2010a), van Nieukerken, Gielis, Huisman ao (1993a), van Nieukerken, Laštůvka & Laštůvka (2004a, 2006a), van Nieukerken, Zolotuhin & Mistchenko (2004a), Pröse (1995a), Segerer, Haslberger, Grünewald ao (2013a), Skala (1939a), Stonis, Navickaitė, Rocienė ao (2013a), Šulcs (1996a), Wieser (2008a).

Laatste bewerking 21.ii.2020