Monochroa conspersella (Herrich-Schäffer, 1854)
witvlekboegsprietmot
Lysimachia vulgaris, België, prov. Antwerpen, Kalmthoutse Heide, 31.viii.2013 © Steve Wullaert
Mijnen vooral aan de bladtop

Lysimachia vulgaris, België, prov. Antwerpen, Kasterlee, de Tikkebroeken, 15.viii.2018 0 © Carina Van Steenwinkel: jonge mijn in doorzicht

Lysimachia vulgaris, België, prov. Antwerpen, Oud-Turnhout, de Liereman, 9.ix.2016 © Carina Van Steenwinkel: de mijn in sterk samengetrokken

Lysimachia vulgaris, België, prov. Antwerpen, Mol, Buitengoor-Meergoor, 30.viii.2014 © Carina Van Steenwinkel: oude, verlaten mijn

Lysimachia vulgaris. België, prov. Namen, Gerhoeven, de Rammelaers, 5.v.2020 © Carina Van Steenwinkel; det. Tymo Muus: misvormde top

vrijlevende larve

Lysimachia vulgaris, België, prov. Antwerpen, Meerhout, de Kwachten, 1.v.2020 © Carina Van Steenwinkel

de larve vreet aan het blad, mineert niet meer

Lythrum salicaria, Castricum, 9.ix.2020 © Sandra Lamberts: lege mijn; zie de discussie hieronder
mijn
Onderzijdige blaasmijn zonder plooien, met onregelmatige gang-achtige uitlopers; het centrum van de mijn is bruinachtig. De mijn begint meestal aan de top van het blad. Frass verspreid. Na de overwintering leeft de larve tussen samengesponnen bladeren en mineert niet meer (Klimesch, 1958a).
waardplanten
Primulaceae, monofaag
Lysimachia vulgaris.
Zou volgens oudere literatuur, onder meer Hering (1957a) ook voorkomen op Lythrum salicaria, maar dit wordt door Elsner ea (1999a) en Bland ea (2002a) niet bevestigd. Sattler (1974a) en Wieser & Huemer (1999a) noemen de soort expliciet monofaag op Lysimachia. Daar staat tegenover dat een mijn, zoals hierboven afgebeeld uit Castricum, niet overeenkomt met enige soort die overigens met zekerheid van Lythrum bekend is.
fenologie
Larven mineren van september tot het invallen van de winter (Hering, 1957a).
BENELUX
BE waargenomen (Phegea, 2010).
NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).
LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).
verspreiding binnen Europa
Van Fennoscandia en Oost-Rusland tot de Pyreneeën, Sicilië en Albanië, en van Engeland tot de Ukraine (Bland ea, 2002a; Fauna Europaea, 2010).
larve
pop
Zie Lepifoum, Patočka (1997a), Patočka & Turčáni (2005a).
synoniemen
Monochroa, Xystiphora morosa (Mühlich, 1864).
opmerkingen
Hering (1957a) schrijft dat de larven na de overwintering leven als stengelboorders. Bland ea (2002a) schrijven slechts dat stengelmijnen worden gemaakt en “in mindere mate ook bladeren worden gegeten”, bovendien suggererend dat dit in het voorjaar gebeurt, niet in het najaar. Het valt te bezien of deze publicaties dezelfde soort bedoelen.
literatuur
Bland, Corley, Emmet ao (2002a), Buhr (1935b, 1964a), van Deventer (2021a), Elsner, Huemer & Tokár (1999a), Emmet (2023c), Hering (1957a), Huber (1969a), Huisman & Koster (1994a, 1997a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ellis (2009a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2001a, 2004a, 2006a), Junnilainen, Karsholt, Nupponen, ao (2010a, Kaitila 1996a), Klimesch (1958a, 1989a), Kovács & Kovács (2022a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Lepiforum (2026), van Nieukerken, Gielis, Huisman ao (1993a), Parsons (1995a), Patočka (1997a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (1998a), De Prins & Steeman (2013a, 2014a), Sattler (1974a), Segerer & Grünewald (2013a), Sinev & Shapoval (2015a), Skala (1950a), Skala & Zavřel (1945a), Slootmaekers & De Prins (2015a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a), Tuinstra (2021a), Wieser & Huemer (1999a).